VERMOORDE ONSCHULD

De gedeputeerden Munniksma en Klip zijn onlangs, in een gezamenlijke persconferentie, vol in de aanval gegaan tegen de plannen voor enorme windparken in de Veenkoloniën (aldus het Dagblad van het Noorden op 16/11/2011). “Aanval op wildgroei molens” is de kop. Deze aanval is een reactie van het provinciebestuur op het bericht dat de initiatiefnemers van de windparken in Aa en Hunze en Borger-Odoorn de handen ineen hebben geslagen. Niet om een zo groot mogelijk park te realiseren maar, volgens eigen zeggen, om gezamenlijk te streven naar een zo zorgvuldig mogelijke inpassing in de omgeving. Is er nu sprake van wildgroei of juist niet? En wat is de rol van de provincie? Hoeder van ons landschap en onze leefomgeving, of veroorzaker van de situatie?

Frank Stoovelaar van GroenLinks Borger Odoorn heeft een artikel geschreven over de Provincie Drenthe in het dossier rondom de windmolenparken.  GroenLinks Aa en Hunze onderschrijft de anlalyse en aanbeveleingen in dit artikel. Hieronder volgt het artikel.

 

Voorgeschiedenis

In juni 2010 stellen provinciale staten Drenthe de nieuwe omgevingsvisie vast. Daarin is opgenomen dat het veengebied in Zuid Oost Drenthe wordt aangewezen als “zoekgebied voor windenergie”. Dit tot grote verrassing van de betrokken gemeenten die verontwaardigd reageren. Laten we aannemen dat de lokale bevolking dit toen nog niet direct heeft opgemerkt. Daarvoor was het namelijk altijd zo dat alleen in Emmen en Coevorden windenergie door de provincie wenselijk werd geacht.

Oplettende landbouwers en in windenergie gespecialiseerde bedrijven zien hun kans schoon en maken plannen voor windparken. Gemeenten als Borger-Odoorn zijn nog niet gewend aan de 180 gradendraai van de provincie en verwijzen de initiatiefnemers naar het Rijk. En het kabinet heeft recent besloten om voorlopig af te zien van windparken op zee (omdat dit te duur zou zijn) en vooral windenergie op land te willen stimuleren. Kortom, de aanvragen landen daar in vruchtbare grond.

Op 15 oktober 2010 is een bestuurlijk overleg tussen de provincie Drenthe de gemeente Borger-Odoorn en de Ministeries van VROM en EZ op het gemeentehuis van Exloo.

Het is duidelijk dat de ministeries verantwoordelijk zijn voor de formele procedures, inclusief Milieu-Effectrapportages (MER) en inspraak van de bevolking omdat het een aanvraag betreft van meer dan 100 Mw.

In die bespreking stelt EZ dat de duurzame energiedoelstelling voor hen het belangrijkste is. Waar en hoe de windenergie wordt opgewekt is voor dit ministerie in principe van ondergeschikt belang. Het ministerie van VROM hecht wel aan een goede landschappelijke inpassing. De provincie Drenthe geeft aan dat ze “de handschoen willen oppakken” en dat ze graag, binnen de bepalingen van de wet, meer regie op het proces willen voeren.

Het volgende wordt afgesproken:

· De provincie Drenthe zal op korte termijn de initiatiefnemers van het project de Drentse Monden, de gemeente Borger-Odoorn, de ministeries van EZ (EL&I) en VROM (I&M) en eventueel andere partijen (bijv. gemeente Stadskanaal) uitnodigen voor een overleg over het windinitiatief Drentse Monden.

Op 8 december 2010 volgt een persbericht van de provincie Drenthe waarin wordt bekend gemaakt dat de “Stuurgroep Windenergie ZuidOost-Drenthe”

is ingesteld. Daarin zijn vertegenwoordigd bestuurders van de provincies Groningen en Drenthe, gemeenten in de Veenkoloniën, t.w. Coevorden, Emmen, Borger-Odoorn, Aa en Hunze, Tynaarlo, Stadskanaal en Vlagtwedde en het Rijk (de ministeries van EL&I en I&M). In het persbericht verklaart de toenmalige gedeputeerde Anneke Haarsma “We hebben geen stuurgroep ingesteld om met elkaar rustig achterover te leunen. We moeten nu daadwerkelijk meters gaan maken”. De stuurgroep zegt een zorgvuldige aanpak te willen waarbij communicatie, samenwerking, participatie, draagvlak en transparantie belangrijke begrippen zijn.

Daarna is van deze stuurgroep niets meer vernomen.

De door de Provincie en betrokken gemeenten zo vurig gewenste “brede maatschappelijke discussie” wordt niet door de overheid geïnitieerd maar door de tegenstanders die zich inmiddels goed hebben georganiseerd.

Stand van zaken

· Het Rijk wil zoveel mogelijk windenergie realiseren en liefst zo vlug mogelijk. Het Rijk is bovendien bevoegd gezag voor de procedures van alle initiatieven boven de 100 Mw.

· De provincie Drenthe wil inmiddels niet meer dan 280 Mw. In de hele provincie. Waarom 280 Mw? Waarschijnlijk probeert gedeputeerde Munniksma drie parken aan te wijzen met per park net iets minder dan 100 Mw. Hierdoor zou de provincie weer iets te zeggen hebben over de aanvragen. De kans is klein dat het Rijk dit niet doorziet.

· Het College van B&W van Borger-Odoorn is tegen de bouw van windmolens in de gemeente. De gemeenteraad heeft zich uitgesproken tegen een grootschalig park van tussen de 80 en 200 windmolens. Nb. 79 windturbines kunnen al bijna 400 Mw. energie opleveren.

· Het College van B&W van Aa en Hunze is verdeeld.

De enigen die niet verdeeld zijn en bovendien goed georganiseerd dat zijn de initiatiefnemers en de tegenstanders.

· Provincie Drenthe en de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze laten nu een gebiedsvisie opstellen waarbij wordt aangegeven waar wel en waar niet windparken in beide gemeenten te realiseren zijn.

Nb. Deze gebiedsvisie heeft geen formele status. Het Rijk kan deze, bij wijze van spreken, negeren of naast zich neerleggen.

· De MER procedure voor de aanvraag van Windpark Drentse Monden in Borger-Odoorn loopt.

· Het Rijk heeft de aanvraag van Windpark Oostermoer in Aa en Hunze geaccepteerd.

Analyse

Er is weinig fantasie voor nodig om vast te stellen dat er straks waarschijnlijk vooral veel verliezers en ontevredenen zullen zijn:

· Het Rijk krijgt minder windmolens en later dan gepland.

· De provincie staat langs de kant, het blijkt dat deze bestuurslaag totaal geen rol speelt bij grote projecten.

· De tegenstanders zien, na een jarenlange strijd, toch windmolens verschijnen zonder dat ze er zelf voordeel van hebben.

· De betrokken gemeenten krijgen te maken met een tweedeling in de samenleving. De windmolens leveren, behalve bouwleges en OZB, geen extra inkomsten voor de gemeente op.

· De belangen van natuur, milieu en landschap worden, in de praktijk, ondergeschikt gemaakt aan belangen van “grotere orde” zoals de energiedoelstellingen van het kabinet, LOFAR, laagvliegroutes van de luchtmacht, eisen van de bevolking e.d.

De enigen die er nog redelijk goed vanaf komen zijn de initiatiefnemers. Uiteindelijk krijgen zij de windmolens en hoeven ze de opbrengsten met niemand te delen.

En intussen wordt ons gebied ingebouwd tussen de windmolens. Over de gemeentegrens in Emmen/Coevorden, over de provinciegrens in Groningen en over de landsgrens in Duitsland.

Conclusies:

· De provincie Drenthe heeft, door het aanwijzen van het veengebied ZuidOost Drenthe als zoekgebied voor windenergie, de huidige problemen zelf veroorzaakt en moet vooral niet de vermoorde onschuld spelen.

· De provincie Drenthe heeft, om welke redenen dan ook, meermalen verzaakt om enige vorm van regie te voeren. Zelfs een uitnodiging van initiatiefnemers om te participeren in hun Stuur- en Kerngroep is afgeslagen.

· De klaagzangen van beide gedeputeerden in de pers over wildgroei zijn dan ook misplaatst, het is de initiatiefnemers moeilijk kwalijk te nemen dat zij plannen maken die passen in het provinciaal beleid.

Aanbevelingen

Als de overheid (provincie Drenthe en de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn) nog enige invloed wil hebben op de ontwikkeling rest niets anders dan te gaan samenwerken met de initiatiefnemers.

Alleen door zakelijk te participeren (als aandeelhouder in een BV, of in de vorm van deelname in een coöperatie) kun je invloed uitoefenen om:

· Ervoor te zorgen dat tenminste de Drentse gemeenschap kan meeprofiteren van de opbrengsten van de windmolenparken. Met de aardgasopbrengsten in Groningen is dat niet gelukt.

Met de windmolenparken ligt dat anders. Het zijn immers lokale ondernemers die de plannen opzetten. Met hen is te praten over participatie door provincie en gemeenten.

· Een participerende overheid kan ook meebeslissen over locaties, landschappelijke inpassing en het, zo veel mogelijk, beperken van hinder voor omwonenden.

· De Drentse Energie Organisatie (DEO) is toch niet voor niets opgericht?

Geen lid van GroenLinks en toch reageren?

 

Stuur uw reactie naar netwerkgroenlinks@gmail.com